Naz Kawan: Ik combineer de talenten van de gevluchte kleermakers met het doel om een circulaire economie te realiseren.

Een gesprek met de intelligente, positieve Naz Kawan laat je hoopvol over de toekomst achter. De 28-jarige ondernemer is directeur en oprichter van A beautiful Mess, een duurzaam atelier met een poule van 20 kleermakers. Deze vakmensen hebben een vluchtelingenachtergrond en produceren kleding voor grote bedrijven waaronder Tommy Hilfiger en Tony Chocolonely. Met Qey gaat Naz in gesprek over haar missie: empathie voor het menselijke aspect, terugbrengen in een duurzame mode-industrie.

Door: Babette Grunder

Quote Start

Juist omdat de kleermakers geen gezicht krijgen, wordt het makkelijker voor de consument om weg te kijken wanneer de processen niet op een eerlijke en duurzame manier gaan.

Quote End

Qey: Ben je altijd al met mode bezig geweest?
Ja, eigenlijk van jongs af aan. Ik ben AMFI (Amsterdam Fashion Institute) gaan studeren omdat mode een passie is. Als kind zat ik al uren aan tafel om kleding te tekenen. Ik kom uit het Midden-Oosten (red: Irak). Daar speelt kleding een grote rol tijdens gelegenheden of in het uiten van emotie. Als kind ging ik vroeger al overdressed naar verjaardagen. Als ik dan in mijn mooiste jurk aankwam, vroeg iedereen zich af of ik daarna nog ergens naartoe moest. In de afgelopen jaren ben ik me praktischer gaan kleden.”

Qey: Waarom is je kledingstijl veranderd?
“Ik denk dat kleding een uiting is van een tijdsgeest en de cultuur. In het Midden-Oosten draait kleding om uitbundigheid, dat zie je terug in de kleuren en poespas. Jurken zijn vaak lang, vrouwelijk en dromerig. In Nederland kleedt de vrouw zich over het algemeen praktisch. Daar pas je je onbewust op aan. Op een doordeweekse dag loop ik veel op sneakers, maar ik pak wel uit wanneer ik uitga. Dat is een groot contrast met een cultuur waar kleding leidend is in sfeer en emotie. ”

Qey: Hoe kijk jij naar mode?
“Ik zie het als een plek waar systeemverandering nodig is. Verduurzaming en het sociale aspect zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bedrijven moeten daarom meer gaan handelen vanuit mogelijkheden. We moeten toe naar het produceren van een verhaal, in plaats van fast fashion. De consument moet kleding niet meer zien als wegwerpproduct. Mensen gaan hun producten meer waarderen wanneer het verhaal erachter bekend is.”

Qey: Was er tijdens je opleiding ruimte voor deze visie op mode?
“Ik wilde altijd al weten wie mijn kleding gemaakt heeft. Tijdens mijn studiejaren bleef ik door mijn nieuwsgierigheid daar zelf naar graven. Ik vond en vind het opmerkelijk dat we meer dan ooit toegang tot informatie hebben, maar dat de productieketen allesbehalve transparant is. Tijdens mijn studie was het lastiger om erachter te komen hoe en waar kleding gemaakt wordt dan tegenwoordig. Kledingmerken deelden niet in welke fabriek er geproduceerd werd, omdat ze transparantie als een bedreiging zagen. Ik denk dat het gevoel, dat je rekening moet houden met je concurrentie, omslaat wanneer je duurzaamheid leidend laat zijn. Dan gaat het niet meer om concurrentie, maar om samenwerken. We vieren ontwerpers, nieuwe collecties en trends, maar we vieren niet het vakmanschap van de mensen achter de naaimachines. Juist omdat deze mensen geen gezicht krijgen, wordt het makkelijker voor de consument om weg te kijken wanneer de processen niet op een eerlijke en duurzame manier gaan.”

Qey: Wat zijn je doelen met je bedrijf?
“Ik wil empathie voor het menselijke aspect terugbrengen in de mode-industrie. Daardoor krijgt je product een andere emotie. Nu gaat het nog heel erg om iets dat je graag wilt hebben, terwijl het moet gaan over hoe, door wie en waar iets is gemaakt. Mijn doel op zakelijk vlak is om onze manier van werken in verschillende landen te implementeren. Momenteel produceren we alleen voor andere bedrijven waaronder Tony Chocolonely, Tommy Hilfiger en de Bijenkorf, maar in de toekomst willen we zelf ook graag producten aanbieden.”

Qey: Wat voor ondernemer schuilt er achter de vrouw met deze prachtige missie?
“Ik ben heel ongeduldig en heb veel doorzettingsvermogen. Ik denk dat je mij het beste kunt omschrijven als iemand die kansen creëert in onmogelijke situaties. Ik had genoeg mensen in mijn omgeving die mij behoedden voor mijn plannen. Ze geloofden niet dat ik kon opboksen tegen de lage tarieven in de eigen landen. Toch lukt het me door bedrijven te laten inzien dat we nu tegen oneerlijke prijzen produceren. De bedrijven kunnen hun verantwoordelijkheid nemen door de eerlijke prijs te bepalen. Wil je toekomstbestendig zijn als bedrijf, dan moet je mensen en het klimaat leidend laten zijn in je bedrijfsvoering. Tommy for life is daar een recent voorbeeld van. (red: een lijn van Tommy Hilfiger die nieuwe designs maakt van items die niet meer hersteld kunnen worden). Ze betalen meer dan wanneer ze in Azië zouden produceren. Tommy Hilfiger betaalt zelf meer voor de productie, maar hangt ook een hoger prijskaartje aan het product. Het is daarom belangrijk dat we als consument ook nadenken over de daadwerkelijke, eerlijke prijs. Dat is niet de prijs die je betaalt voor een product dat gemaakt is in India of Bangladesh. Ik geloof dat het consumentenbewustzijn moet groeien.”

Qey: Je pakt zo’n allesomvattend probleem aan in je onderneming. Hoe heb je dat inzicht gekregen?
“Ik ben heel nieuwsgierig en ik vaar graag tegen de stroom in. Het is belangrijk om kritisch te durven zijn wanneer je informatie leest. Blijf jezelf vragen stellen en lees door. Ik bekommerde me erg over ongelijkheid en het stuk duurzaamheid. Ik kon niet begrijpen waarom mensen zo slecht met elkaar en de natuur omgaan. Het frustreerde me dat de mode-industrie zo creatief was, maar dat het te lang duurde voordat er echt iets gebeurde op het vlak van duurzaamheid. Ik wil mensen graag bewust maken van de kracht van het collectief en dat je beslissingen als individu uiteindelijk een grote impact kunnen maken.”

Quote Start

Ik wil empathie voor het menselijke aspect terugbrengen in de mode-industrie.

Quote End

Qey: Staat deze drive in verband met je eigen vluchtelingenachtergrond?
“Ja, dat kan ik er niet los van zien. Als je als kind voelt wat onrecht is, dan ben ik ervan overtuigd dat het je vormt. Ervaringen in het algemeen, brengen een bepaald bewustzijn mee. Ik vind het wel belangrijk dat we mensen onderscheiden van de ervaring die ze hebben gehad. Mijn vluchtelingenachtergrond heeft mij gevormd, maar dat is niet wat ik ben.”

Qey: Hoe zorg je ervoor dat zo’n grote uitdaging in het ondernemen overzichtelijk blijft?
“Je ziet nu steeds meer klimaatvluchtelingen; inmiddels maken we de klimaatproblemen ook in Europa mee. Denk aan de bosbranden in Zuid-Europa of de overstromingen in Limburg en België. De klimaatcrisis loopt uit de hand en komt steeds dichterbij. Dat we het niet lijken te winnen, is iets heel spannends voor mensen. Daarnaast is het niet te overzien. Het helpt mij om het tastbaar te maken en het terug te brengen naar lokale doelen. Ik geloof dat verandering bij jezelf begint. Veel problemen voelen te groots aan, waardoor mensen gedemotiveerd zijn om iets te doen.”

Qey: Wat zijn je grootste zakelijke uitdagingen?
“Dat we afhankelijk zijn van materiaal. We willen graag volledig circulair produceren, maar het is een uitdaging om grotere volumes te vinden. Hoe vind je bijvoorbeeld dezelfde, gecirculeerde stof voor 6000 schorten? 

Het antwoord in dit specifieke geval was uiteindelijk deadstock. Dat is materiaal wat anders op de brandstapel zou belanden. Het is vaak lastig om deze deadstock te traceren.”

Qey: Hoe heb je het ondernemen eigen gemaakt?
“Ik liep in mijn tienerjaren al rond met dit idee. Ik heb een paar jaar nodig gehad om het concreet te maken en het daarna te realiseren. Ik ben op mijn 18e begonnen aan het businessplan. Dat heeft mij erg geholpen.”

Qey: Waar ben je zakelijk het meest trots op?
“Ik ben het meest trots om de gevluchte kleermakers te zien doen waar ze ontzettend goed in zijn. Zakelijk gezien ben ik het meest trots op het winnen van de Tommy Hilfiger Award, de start van onze samenwerking.”

Qey: Wat vind je nog belangrijk om toe te voegen aan ons gesprek?
“Soms krijgen de kleermakers te horen dat het fijn is wat ons bedrijf voor hun doet. Dat klopt niet. Onze medewerkers zijn enorm goed in wat ze doen, het is juist fijn dat ze ons ondersteunen met hun talent. We leiden ze niet op. Deze mensen hebben zelf meer dan 20 à 30 jaar aan ervaring. Het zijn mensen zoals jij en ik, maar hebben extra bagage. We hebben als mensheid de behoefte om te labelen of een verklaring te zoeken, maar we moeten naar de talenten van mensen kijken.”

Door het versturen van dit formulier gaat u akkoord met onze Algemene voorwaarden en privacy policy.